MarijkeTanzania.reismee.nl

Habari? Nzuri!

Mijn Swahili is nog niet heel goed. Ik vind het een moeilijke taal om te leren, omdat het nauwelijks overeenkomsten heeft met talen die ik al spreek. De begroetingen, die hier heel belangrijk zijn, gaan me wel steeds beter af. Het lastige is alleen dat de begroetingen hier erg uitgebreid zijn en als ik terug kan groeten in het Swahili dan komt er wel weer een volgende begroeting, net zo lang tot ik niet het goede antwoord weet. Die begroetingen gaan ongeveer als volgt: Goedemorgen! Hoe gaat het? Hoe gaat het met je werk? Hoe was je nacht? Hoe gaat het met je huis? Hoe was je ontbijt? Hoe gaat het met je moeder? Hoe gaat het met je vader? Hoe gaat het met de zus van de buurman van je tante? Enzovoorts...

Het weer is hier heel fijn, zo tussen de 25 en 30 graden. Het heeft in het begin ook veel geregend, het was het korte regenseizoen, maar die lijkt nu wel voorbij. Het was vaak maar één keer per dag een korte, hevige bui en vaak 's avonds of 's nachts, dus ik had er weinig last van. Het onweerde ook vaak en in het huis waar ik eerst woonde viel dan regelmatig de stroom uit. Eind november regende het een keer een hele nacht en ochtend door. Er was zo veel water dat ik niet aan het werk kon. Later bleek dat er stukken van de weg, een brug en zelfs huizen waren weggespoeld. Later was er hevige regenval rond Dar es Salaam, waar ook veel wegen, huizen en bruggen zijn verwoest en ook mensen om het leven zijn gekomen. Dan valt het toch allemaal nog mee in het Nederland!

Ik woon nu in een mooi groot huis waar ik eerst een week alleen heb gewoond en nu samen met Ruedi en Christine, een echtpaar uit Zwitserland. Op het terrein staat nog een huis, daar wonen Annatina, Christoph en hun dochtertje Malin. In het huis waar ik woon slaapt soms ook Evelyne, een fysiotherapeute die werk doet wat vergelijkbaar is met mijn werk en waar ik het heel goed mee kan vinden. Ze woont ver weg van de stad, daarom slaapt ze soms bij ons in huis, als het te laat is om nog naar haar eigen huis te gaan. Elke vrijdagavond is er een filmavond bij mijn buren, waar dan mijn huisgenoten en Evelyne en soms nog andere vrienden bij zijn. We eten ook regelmatig samen. Ze hebben me geleerd om pizza te maken van chapati, wat is dat lekker zeg! Chapati is een soort brood gebakken als een pannenkoek. Dat wordt hier veel gegeten, dus ook door mij, maar het heeft net als veel eten hier weinig smaak. Maar als je ze met een goede laag tomatensaus, groenten, kruiden en vooral veel kaas een tijdje in de oven doet wordt het hartstikke lekker! Mijn nieuwe lievelingseten hier! Ik leer hier sowieso veel nieuws op kookgebied, we maken ons eigen brood (er wordt alleen vies, klef witbrood verkocht) en aangezien ze hier geen Knorr Wereldgerechten verkopen moet ik hier wat creatiever zijn met alleen groenten, kruiden en pasta, rijst of aardappels. Vlees eet ik thuis niet, aangezien je dan meteen een hele kip moet kopen en die ga ik natuurlijk niet klaarmaken! In het huis waar ik eerst woonde ben ik eens erg geschrokken toen ik de keuken in liep en daar een levende kip zat. De kip werd de volgende dag geslacht en bereid. Ik ging gelukkig net dat weekend weg en heb bedankt voor het aanbod om wat voor me te bewaren, met als excuus dat ik niks eet wat ik eerst heb ontmoet.

Het is natuurlijk kerst geweest! Kerstavond heb ik gevierd met mijn Zwitserse huisgenoten en buren. In Zwitserland is kerstavond het belangrijkste deel van kerst. We hebben een erg lekker kerstdiner gehad, er was een kerstboom (mét cadeautjes eronder), zelfgezongen kerstliedjes en sneeuw uit een blikje. Het was echt een hele gezellige avond en ik was blij dat ik kerstavond met hen mocht vieren. Op eerste kerstdag was ik eigenlijk van plan om naar de kerk te gaan met Lukas (officieel de chauffeur van Bethsaida, maar hij werkt op het moment niet). Maar omdat het op kerstavond zo laat was geworden had ik op kerstochtend geen zin om vroeg op te staan om naar de kerk te gaan. Dus ik heb me overdag heerlijk vermaakt met een boek op een kleedje in de zon. Wat een bijzonder kerstgevoel! Later ben ik nog wel naar Lukas geweest voor een soort kerstdiner. Er was pilau (rijst met goed verstopt wat groenten en nog beter verstopt wat vlees), rundvlees (taai, met veel te grote stukken vet, brr!) en bananen. Tweede kerstdag wordt hier niet echt gevierd, behalve dat de restjes van eerste kerstdag worden gegeten (boxing day), dus toen ben ik gewoon aan het werk gegaan. Ik schreef de vorige keer dat ik na een westerse kerst een Tanzaniaans oud en nieuw wilde vieren, maar omdat er niet echt iets speciaals te doen was in de kerk ben ik toch met mijn huisgenoten en hun gasten en Evelyne gaan eten. We hebben weer een heel uitgebreid diner gehad. Mijn oliebollen vielen ook erg in de smaak! Ik had er erg veel gemaakt, de helft gewoon en de andere helft met appel en rozijn. Ik heb zelfs poedersuiker gevonden! Ik ben de hele middag aan het bakken geweest, terwijl mijn oliebollenassistent Lukas de hele middag achter mijn laptop heeft gezeten om zijn facebook en e-mail te checken. Erg fijn zo'n hulp! Ik had genoeg oliebollen om ze ook mee te nemen naar mijn werk, daarvoor had ik ze in de eerste instantie ook gemaakt. Daar werden ze ook door iedereen erg gewaardeerd!

Ik heb al een paar uitstapjes gemaakt. Als eerste ben ik naar een museum geweest in Butiama, zo'n 50 kilometer van Musoma. Dit was mijn eerste keer buiten Musoma, dus dat alleen vond ik al erg leuk! We konden de auto lenen van de moeder in het huis waar ik toen nog woonde. Lukas was de chauffeur en Millicent, Rosy (mijn zusje in het gastgezin) en James (een arts in Bethsaida) waren ook mee. Het is een museum over de eerste president van Tanzania. Tanzania is dit jaar 50 jaar onafhankelijk, dankzij die president. We zijn ook nog naar zijn ouderlijk huis geweest en naar zijn laatste huis, waar nu ook zijn graf is.

Ook ben ik een weekend met James naar Mwanza en Sengerema geweest. Ik heb steeds gedacht dat Sengerema een eiland is, aangezien we er met de boot naar toe gingen. Maar toen ik iemand vertelde dat ik naar het eiland Sengerema was geweest en we de kaart erbij pakten bleek het gewoon een stad aan de andere kant van een baai te zijn. Maar mooi was het wel! James heeft daar voor clinical officer gestudeerd en moest zijn diploma ophalen en wilde wat vrienden bezoeken. We gingen eerst met de bus naar Mwanza om daar een boot te pakken naar Sengerema. Nu klinkt dat als niet een hele ingewikkelde reis, maar om bij het busstation te komen moesten we eerst van huis op een pikipiki (motortaxi) naar het daladala-busstation om daar een daladala (overvolle minibus) te nemen naar het grote busstation om daar de bus te nemen naar Mwanza. In Mwanza moesten we ook weer een daladala nemen om van het busstation echt in de stad te komen. Daar hebben we nog een stuk gelopen om bij de veerboot te komen. Weer aan land aangekomen moesten we nog in een kleine bus om in Sengerema te komen. Ik was blij dat ik deze reis samen met James maakte, hij wist precies waar we welk vervoersmiddel moesten nemen en waar naartoe en hoeveel en wanneer we moesten betalen. Vooral het laatste busritje was heftig, de weg was echt heel slecht en volgens mij waren ze vergeten om lucht in de banden te doen. We zaten ook met vijf mensen op vier stoelen, waardoor ik bij elke hobbel op een metalen rand stuiterde. En dat ritje duurde zo'n twee uur (of korter, maar het voelde in ieder geval als zeker twee uur). We zijn een groot deel van de zaterdag bezig geweest met reizen, we kwamen aan het eind van de middag aan. We hebben onze spullen naar het guest house gebracht en zijn daarna uit eten geweest met een goede vriend (John) en de vriendin van James (Pascazia). Na het eten zijn we nog naar de campus van John en Pascazia geweest. Daar heb ik nog veel andere vrienden/studenten ontmoet. Op zondag ben ik eerst met John op pad geweest, zodat James wat tijd met zijn vriendin kon doorbrengen. We zijn naar de markt geweest en hebben daarna een lange wandeling buiten de stad gemaakt. Na een late lunch waar James en Pascazia ook weer bij waren zijn we weer naar de campus gegaan, maar nu die aan de andere kant van de weg, waar de verpleegkundigen wonen en studeren. Het was leuk om de campussen te zien, maar ik ben blij dat ik daar niet heb gestudeerd. De clinical officers mogen alleen op bepaalde tijden van de campus af om naar de stad te gaan en de verpleegkundigen mogen de campus helemaal niet af zonder toestemming. Op maandagochtend gingen we terug naar Mwanza. We hadden nu meer tijd om ook wat van Mwanza te kunnen zien, dus we hebben veel rondgelopen en zijn naar een restaurant geweest wat ik had gevonden in mijn reisgids en waar ze overheerlijke pizza serveerden. Mijn eerste westerse eten in ruim een maand heeft me prima gesmaakt! Op de terugweg reden we weer langs Serengeti. Op de heenweg had James gezegd dat we vast wel dieren zouden zien, maar omdat er zo veel regen is gevallen leek Serengeti meer op een meer dan op een savanne en waren er helaas geen dieren te zien. Maar op de terugweg, na twee dagen met nauwelijks regen, was er veel minder water en heb ik zebra's en waarschijnlijk gazelles en wildebeesten gezien (maar het kunnen ook andere hertachtigen en rundachtigen geweest zijn). Ik kan niet wachten tot ik echt naar Serengeti ga! Maar omdat er nu een natte periode is geweest en de wegen dan slechter begaanbaar zijn en de dieren moeilijker te zien, wacht ik nog even af tot het langer droog is (en tot Jeroen en Anne op bezoek komen ;)).

In Musoma zelf ga ik regelmatig uit eten. Ik vraag dan bijvoorbeeld Lukas of James mee. Als ik voor twee mensen betaal is het nog hartstikke goedkoop en zo zorg ik er meteen voor dat ik weer veilig thuis kom en natuurlijk dat ik leuk gezelschap heb. Ook wandel ik erg veel, ik loop bijna elke dag wel naar de markt of naar leuke winkels in de stad of anders gewoon een blokje om. Er is zoveel te zien overal! Echt grote wandelingen buiten de stad durf ik alleen niet aan, maar Evelyne blijkt ook graag te gaan wandelen en fietsen, dus we hebben al mooie plannen gemaakt.

Het werk zat de laatste weken nogal tegen. We hebben erg weinig patiënten gezien, er was elke keer wel weer een reden waarom de auto niet beschikbaar was of Millicent niet weg kon van Bethsaida. Een enkele keer ga ik alleen met de chauffeur of met een verpleegster die alleen Swahili spreekt, maar dat is niet erg handig. Ik was echt even mijn motivatie kwijt door elke keer weer wachten en nog langer wachten en dan misschien twee patiënten zien en dan was er wel weer een reden om terug te moeten naar Bethsaida. Maar nu heb ik een goed overzicht van welke patiënten ik wil zien en heb daar behandelplannen voor geschreven. Ik heb daarvan veel tussenstappen op papier gezet, zodat ik op de momenten dat ik niet naar patiënten kan toch iets kan doen. Ook ben ik meer bezig met het maken en opknappen van hulpmiddelen en ben ik bezig met een handboek waarin ik de meest voorkomende aandoeningen die ik tijdens HBC zie beschrijf met bijbehorende oefeningen of andere interventies. Daar wil ik ook lessen over geven aan alle verpleegkundigen die HBC gaan doen. Ik ga er weer tegenaan de komende tijd!

Op mijn facebookpagina zijn nu foto's te zien van mijn eerste maand hier. Ik zal proberen snel nieuwe te plaatsen!

Het is een lang en niet helemaal chronologisch verhaal geworden, maar zo hebben jullie weer een beter beeld van wat ik allemaal doe hier.

Badaaye!

Aan het werk

In mijn eerste week in Musoma kon ik nog niet aan het werk, omdat ik eerst mijn werkvergunning moest hebben. Degene die dat voor mij zou regelen was er niet. Nu ging de Health Secretaris dat voor me regelen. Het was verstandig als ik niet met hem mee zou gaan, zo'n vergunning kost al 200 dollar voor twee maanden, als ik zelf mee zou gaan zouden ze waarschijnlijk nog meer geld vragen. Ik weet niet hoe vaak die man voor mij naar dat kantoor geweest is, maar elke keer kwam er weer iets bij, moest er nog een formulier ingevuld worden, moesten we nog ergens kopieën van maken, moest er nog één of ander zegel op die we er ergens moesten kopen, moesten er nog meer pasfoto's bij (maar ik denk dat ze mijn foto gewoon zo leuk vonden dat ze hem daarom in zesvoud wilden hebben).

Op werkdagen wordt ik opgehaald door een auto met een chauffeur, Eustard, en gaan we over hobbelige wegen naar Bethsaida. Zo'n chauffeur klinkt erg luxe, maar het zorgt ook voor ergernis. De afspraak is dat ik om half 9 opgehaald wordt. Dat vond ik al wat laat, maar omdat we ook niet te vroeg bij patiënten thuis kunnen aankomen heb ik deze relaxte begintijd maar geaccepteerd. De eerste keer was Eustard 10 minuten te laat en bood hij daar nog zijn excuses voor aan. Maar die 10 minuten zijn nu een half uur tot een uur en soms wacht ik wel twee uur! In het begin zat ik braaf om half 9 klaar om weg te gaan, maar zat ik vervolgens heel lang te niksen. Het heeft wel even geduurd voor ik mezelf zo ver had dat ik gewoon mijn eigen dingen bleef doen tot de chauffeur er was. Dan moest ik nog wel mijn spullen opruimen en duurde het langer voor ik in de auto kon stappen (en had ik een ongeduldige chauffeur, nou ja zeg!) maar dan zat ik tenminste niet mijn tijd te verdoen. Nu probeer ik al een tijd om hem te laten bellen op het moment dat hij wegrijdt van Bethsaida, zodat ik weet dat hij dan ongeveer een kwartier later bij mij is. Maar dat is blijkbaar erg moeilijk. Maar ik heb nu een fiets! Dus ik kan ook zelf naar Bethsaida gaan als ik geen zin heb om op de chauffeur te wachten. Het is alleen behoorlijk heuvelop en vaak is het 's ochtends al erg warm, dus tot nu toe ben ik nog maar twee keer sportief geweest. Maar vanwege mijn gebrek aan sport hier wil ik in ieder geval twee keer in de week op de fiets naar het werk gaan. En ik kan nu ook lekker op de fiets naar vrienden of naar de stad, al vind ik dat nog wel een beetje eng aan de linkerkant van de weg en met de ongeschreven regel dat het grootste voertuig het meeste recht heeft op een plekje op de weg, waardoor je als fietser regelmatig de berm in wordt getoeterd.

Vanuit Bethsaida gaan we (meestal met de auto) op pad naar de mensen thuis. Ik doe dat altijd samen met Millicent en soms ook met Sara. Onze patiënten zijn zo arm dat ze het Health Centre niet kunnen betalen of zijn zo beperkt dat ze de reis er naartoe niet kunnen maken. De huisbezoeken waren zeker in het begin wel heftig. Zo gingen we op mijn eerste dag eerst naar een familie, vader, moeder en twee volwassen zonen. De vader en een zoon hadden allebei een ernstige beperking, waardoor ze niet kunnen werken. De moeder was al oud en zorgde voor het huis en het eten. Dus er was één zoon die voor het inkomen kon zorgen. Hij was er nu niet, hij was op pad om een contract te regelen om tijdelijk bij een boer te werken. Zijn tijdelijke en zeldzame banen waren de enige bron van inkomsten voor deze familie en hij had al een tijd geen contract kunnen krijgen. Ze hadden zo goed als geen eten meer en geen zeep om zich te wassen. Ook hadden ze elk alleen de kleren die ze droegen en konden ze nooit hun kleren wassen, omdat ze dan niks anders hadden om aan te trekken.

Diezelfde dag gingen we naar een jongen met een waterhoofd. Hij is 22, maar hij ziet er uit als een klein jongetje. Zijn hoofd is echt heel groot, maar zijn benen, die hij niet kan bewegen, lijken alleen botten en vel. Hij heeft geen ouders en bij het gezin waar hij nu woont wordt hij heel slecht behandeld. Alleen de grootvader zorgt goed voor hem, maar die is niet altijd thuis. Deze jongen zit met zijn benen in een rare houding op de grond en kan zich alleen met zijn armen voortbewegen. Dit gaat niet zo snel, dus als hij naar de wc moet is hij niet altijd op tijd en plast of poept hij wel eens onderweg. De familie heeft hier een geweldige oplossing voor bedacht: ze geven hem gewoon bijna geen eten en drinken, want wat er niet in gaat komt er ook niet uit. De wc is overigens een gat in de grond met een muurtje erom heen, waar hij op deze manier van voortbewegen dus nooit hygiënisch naar de wc kan gaan.

Toen ik begon met werken was er een lijst van 65 te bezoeken patiënten. Nu hebben we er veel nieuwe patiënten bij gekregen en ook bleek dat veel patiënten die alleen Sara kende niet op die lijst stonden. Ik heb in het begin veel tijd besteedt om de administratie van de bestaande patiënten op orde te brengen en voor alle nieuwe patiënten nieuwe dossiers te maken. Ook heb ik een lijst gemaakt waarop ingevuld kan worden hoe vaak een patiënt bezocht zou moeten worden en op welke data hij bezocht is, zodat we makkelijk kunnen zien wanneer we welke patiënt weer moeten bezoeken. Dat was een goed idee in theorie, maar aangezien we nu meer dan honderd patiënten hebben en het nog steeds niet is gelukt om alle patiënten voor een eerste keer te zien lijkt het me op dit moment onhaalbaar om alle patiënten zo vaak te zien als goed voor ze zou zijn. Er zijn behalve Sara en Millicent nog meer verpleegkundigen die Home Based Care zouden kunnen doen, maar om dat voor elkaar te krijgen zal er veel moeten veranderen aan onder andere het dienstrooster. Ik heb besloten met dit punt te wachten tot halverwege januari als de Nederlandse directrice weer in Musoma is, zodat wij er samen voor kunnen gaan zitten.

Ik ben dus in de eerste weken veel bezig geweest met eerste bezoeken bij patiënten en alle dossiers op orde maken. Lang niet alle patiënten hebben een therapeut nodig, dus ik heb veel tijd besteedt aan patiënten die niet eens echt mijn patiënten zijn, om de HBC weer op gang te krijgen. Nu merkte ik op een gegeven moment dat ik vond dat ik te weinig echt als ergotherapeut aan het werk was. Daarom heb ik besloten om voor mezelf een aantal patiënten uit te zoeken die ik goed kan helpen met hulpmiddelen of therapie. Ik ga zorgen dat ik voor deze patiënten een goede ergotherapeut ben en accepteren dat ik niet al die honderd patiënten de zorg kan bieden die ze eigenlijk nodig hebben. Ik ga dan natuurlijk nog wel proberen om Millicent en Sara zo veel mogelijk te ondersteunen en te activeren bij het doen van HBC.

‘Mijn' patiënten zijn tot nu toe een aantal patiënten die een beroerte hebben gehad en die ik vaak bij het eerste bezoek al goed kon helpen met adviezen en oefeningen. Ik hoop dat ik deze patiënten zo goed mogelijk kan blijven volgen. Verder zijn er de vader en de zoon waar ik eerder over vertelde en die allebei een loophulpmiddel nodig hebben en een man met ernstige rugproblemen die ik oefeningen heb gegeven en bij wie ik een observatie van zijn ‘boerenwerk' heb gedaan. Voor de jongen met het waterhoofd waar ik eerder over vertelde ben ik bezig om zijn kapotte en onbruikbare rolstoel op te knappen. Ook zijn er twee kinderen, de één met cerebrale parese en de ander met een waterhoofd die een forse ontwikkelingsachterstand hebben omdat zulke kinderen hier vaak helemaal niet gestimuleerd worden tot wat dan ook. Ik wil proberen of ik ze meer kan leren dan ze nu kunnen. En dan zijn er nog patiënten die een operatie of een orthese nodig hebben voor wie ik wil kijken of ik een organisatie kan vinden die dit kan financieren. Voor in ieder geval twee patiënten is door een plaatselijke organisatie toegezegd dat er financiële hulp geboden kan worden, maar vervolgens gebeurd er niks. Ik wil proberen of ik dit wat kan versnellen. Hierbij gaat het om een vader van zes kinderen die een onderbeenprothese nodig heeft, zodat hij zijn vrouw kan helpen bij het werk op het land. De andere patiënt is een meisje dat door verlamming geen controle heeft over haar blaas en door de school geweigerd wordt zolang ze incontinent is. Ik hoop dat ik deze patiënten goed kan helpen.

Ik wil jullie allemaal een heel gelukkig nieuwjaar wensen! Ik ga vandaag oliebollen bakken met mijn oliebollenassistent Lukas. Omdat ik kerst meer op een westerse manier heb gevierd ga ik vanavond ‘happy new year' vieren in de kerk. Ik ben benieuwd hoe dat is!

Verhuisd!

Hoog tijd voor een update! Het werk wordt steeds interessanter en ik ben inmiddels verhuisd!

Ik woonde de eerste weken samen met Millicent, de hoofdverpleegkundige, bij kennissen van haar. Dat huis staat in Kigera, de wijk waar we ook veel patiënten bezoeken. Het is een arme buurt, maar het huis waar ik woonde was heel mooi vergeleken met de andere huizen. Ik had er gelukkig een eigen kamer. Het huis heeft een hurkwc, dat was wel even wennen! Vooral omdat het licht het niet deed. Toen ik voor het eerst daar aankwam was het al donker en moest ik dus in het donker voor het eerst naar de hurkwc. De douche is een teil met (gelukkig wel warm) water, waarvan ik dan steeds een bakje over mezelf heen moest gooien.

Met de hurkwc en de bakjesdouche kon ik nog wel omgaan, maar er waren te veel dingen die ik niet prettig vond. Zo waren er vier levensgevaarlijke waakhonden die soms de hele nacht door blaften en jankten, bij voorkeur onder mijn slaapkamerraam. Ook was er een bar vlakbij waar soms tot diep in de nacht harde muziek gedraaid werd. Ik kreeg de hele dag door eten voorgezet waar ik niet om had gevraagd (en het eten is hier al niet heel geweldig) en als ik weigerde of niet mijn bord leeg at waren ze beledigd. Als ik wel met veel moeite mijn bord leg had vroegen ze of ik meer wou en waren ze beledigd als ik niet meer hoefde, dus het was nooit goed. Er was nauwelijks een tuin, er was wel wat grond om het huis, maar die ruimte werd ingenomen door auto's, bouwmaterialen en de honden. We woonden met minimaal zes mensen in het huis (de vader, twee kinderen, de huishoudster, Millicent en ik), wat al meer is dan ik gewend ben. Maar dan was er ook nog de moeder die in Mwanza studeert en soms thuis was en twee kinderen die in Mwanza en Dar es Salaam studeren en ook soms thuis kwamen. En dan kon het ook nog zo gebeuren dat er neefjes/nichtjes bleven slapen. En dan niet een nachtje, maar meteen twee weken. Ook was het erg ver van de stad. En omdat de buurt niet heel veilig was mocht ik van Millicent eigenlijk niet eens overdag alleen de straat op. Maar dat deed ik gewoon, ik moest er echt af en toe uit. Maar het is moeilijk uit te leggen wat een doolhof het daar is met al die kleine straatjes en kleine huisjes die allemaal op elkaar lijken. Dus rondwandelen zonder te verdwalen was een hele uitdaging. En aangezien ze niet aan straatnamen of huisnummers doen was het ook niet makkelijk om iemand aan te spreken om de weg naar huis te vragen. Ik dacht in het begin dat het een kwestie van wennen was, maar ik kwam op een gegeven moment tot de conclusie dat ik me gewoon echt niet prettig voelde daar.

Maar nu ben ik dus verhuisd! Het heeft even (lees: drie weken) geduurd voordat het geregeld was, maar nu heb ik toch echt een fijn plekje veel dichterbij de stad en de markt en het strand. En mijn internet werkt er (meestal) goed. Ik voel me zo veel fijner nu! Ik kan nu zelf op pad en mijn eigen eten kopen en koken. Ik woon nu in een groot huis waar ik eerst een week alleen heb gezeten. Er woont in principe een Zwitsers echtpaar, zij waren op vakantie toen ik kwam en zijn een week geleden weer teruggekomen. Zij gaan in januari voorgoed weg, dus dan heb ik het huis als het goed is weer voor mezelf. Op dit moment woon ik voor twee weken in het huis van de buren die nu op vakantie zijn, dat op hetzelfde terrein staat. Zo hebben zij iemand om op hun huis te passen, heb ik een huis voor mezelf en hebben mijn huisgenoten tijd met elkaar en met hun gasten die deze week komen.

Het is nu ook veel makkelijker om andere wazungu (blanke mensen) te ontmoeten, wat echt wel fijn is. De eerste maand ging ik alleen maar met Tanzanianen om en het is gewoon fijn om ook met mensen te kunnen praten die begrijpen hoe het is om zo ver van huis te zijn, in een ander land met zulke andere gebruiken.

Ik merk dat ik echt vaker moet schrijven, ik heb nog zo veel meer te vertellen, maar ik wil er ook niet een te lange lap tekst van maken. Daarom snel een nieuwe update over mijn werk, alle leuke mensen die ik al heb ontmoet en de tripjes die ik heb gemaakt (ik heb mijn eerste zebra's al gespot!). Tot snel!

De reis naar Musoma

Eindelijk nieuws van mij vanuit Tanzania! Het heeft even geduurd, maar ik heb nu internet. Het werkt alleen nauwelijks thuis, dus ik ben niet vaak online. Ik zal deze eerste keer vooral schrijven over mijn reis naar Musoma, aangezien er in deze eerste drie dagen al zo veel is gebeurd!

Op 1 november was het eindelijk zover, ik ging naar Tanzania! Ik zal eerst ongeveer vier maanden als ergotherapeut werken in Musoma, een stad aan het Victoriameer. Ik zal werken in de Home Based Care, wat georganiseerd is vanuit het Bethsaida Health Centre. Er is daar nog geen ergo- of fysiotherapeut werkzaam, dus er is veel werk te doen. Wel zijn er een jaar geleden twee Nederlandse ergotherapeuten geweest en toen het project werd opgezet waren er een fysiotherapeut en sociaal werker uit Nederland bij betrokken.

Mijn ouders hebben mij die dinsdag naar Schiphol gebracht. Ik vloog eerst naar Londen, om vanaf daar om kwart over 10 Britse tijd verder te vliegen naar Nairobi. Dit was mijn eerste keer in een ‘echt’ vliegtuig, ik was helemaal blij met de films die ik kon kijken en de lunch die we kregen (en die ook echt lekker was, tegen mijn verwachting in). Helaas was de sandwich die ik als avondeten kreeg erg vies (het was heel veel mayonaise met een beetje brood) en was ik het laatste uur in het vliegtuig erg misselijk. Wat was ik blij toen we eindelijk geland waren in Nairobi!

In Nairobi kwam de warmte me meteen tegemoet. Ik moest nog een eind lopen met mijn zware tassen en in een lange rij staan voor mijn visum. Daarna kon ik verder naar de aankomsthal. Er stonden veel mensen met een bordje met een naam er op, dus ik zocht naar die van mij, maar mijn naam was er niet bij. Ik had gelukkig het nummer van de taxichauffeur die mij op zou halen. Toen ik dat aan het opzoeken was kwam er een iets te aardige Keniaanse mevrouw op me af. Ik mocht met haar telefoon bellen, wat natuurlijk heel fijn was. Maar toen bleek dat mijn taxichauffeur er niet was en ook niet zou komen (hij was er om 10 uur ’s ochtends geweest in plaats van 10 uur ’s avonds…) wilde ze me meenemen naar haar taxi, ze was erg opdringerig. Omdat mij van tevoren was gezegd om alleen met de afgesproken taxichauffeur mee te gaan leek het me niet zo’n verstandig plan om bij haar in de taxi te stappen. Ik zei haar dat ik eerst met mijn contactpersoon in Nederland wilde bellen en zo kon ik haar van me af schudden. Ik heb uiteindelijk op advies van mijn hulplijn mijn hostel gebeld om een taxi te sturen. Dit gesprek verliep alleen verre van soepel, dus ik was er nog niet gerust op dat er een betrouwbare taxi zou komen. Ook had ik geen idee hoe lang dat zou duren en het vliegveld was inmiddels bijna leeg, op opdringerige taxichauffeurs na. Toen ik die wilde ontlopen zag ik gelukkig nog één blanke man zitten. Ik heb hem aangesproken en hij bleek mijn held! Mark was een heel aardige Brit die wachtte op zijn taxichauffeur, die hij goed kent. Zijn taxichauffeur wist waar mijn hostel was en ze wilden mij eerst wegbrengen. Mark vond mijn reis behoorlijk avontuurlijk, zeker omdat ik alleen reis en voor het eerst in Afrika ben. Hij werkt voor de Verenigde Naties en reist regelmatig naar landen als Irak, Afghanistan en Somalië, maar hij vond mijn reis maar gevaarlijk. De taxirit was ook best heftig, we werden bijna aangereden en er zaten enorme gaten in de weg. Op een gegeven moment reden we ergens overheen, deze keer was het een boom, maar er worden ook regelmatig langs de kant van de weg slapende mensen aangereden… Mark heeft gezorgd dat ik goed ben aangekomen in mijn hostel.

Mijn kamer in het hostel was een losstaand huisje, maar wel zonder badkamer. ’s Nachts vond ik het allemaal nog wat eng, ik werd wakker van elk geluid. Maar ’s ochtends bleek het een ontzettend leuk hostel te zijn! Er was een hele mooie grote tuin, aardige mensen en lekker eten. Omdat mijn eerste indruk van Nairobi niet zo positief was en ik aan het begin van de middag weer opgehaald zou worden, heb ik die ochtend lekker in de tuin zitten lezen. Aan het begin van de middag begon het te regenen, dat was echt de heftigste bui die ik ooit heb meegemaakt!

Ik had nu erg goed met de taxichauffeur afgesproken wanneer hij me kwam halen. Toen het tijd was kwam er zowaar een taxi, alleen was het niet de taxichauffeur waarmee ik had afgesproken, maar iemand die zei een vriend van hem te zijn. Ik vertrouwde het niet helemaal, maar toen ik de taxichauffeur belde zei hij dat hij inderdaad een vriend had gestuurd, dus toen ben ik maar in deze taxi gestapt. Hij heeft me naar het busstation gebracht en heeft geholpen met het kopen van een kaartje. Ook heeft hij mensen van de busmaatschappij gevraagd om er voor te zorgen dat ik in de goede bus zou stappen, dat was wel fijn. Ik was alleen uren te vroeg op het busstation en de bus zou ook nog eens anderhalf uur later vertrekken. Ik kon gelukkig wel ergens binnen wachten. Uiteindelijk had de bus nog vertraging en reden we pas om half 12 ’s avonds weg. Tijdens het wachten op de bus stond er ook een erg dronken man te wachten. Ik hoopte heel erg dat ze hem zouden weigeren om mee te gaan, maar dat was helaas niet zo. Het leek er nog op dat hij naast mij zou gaan zitten, maar gelukkig wees iemand hem op zijn plek genoeg rijen achter mij.

Mijn laatste blikken op Nairobi waren ook niet al te goed, ik zag eerst al veel zwervers. Toen ik een groep mensen zag en keek waar zij naar keken zag ik een lichaam op de weg liggen. Het leek er op dat hij kort geleden was aangereden, maar hij bewoog niet en niemand deed iets om te helpen, dus ik ben bang dat hij niet meer leefde. Daarna reden we ook nog langs sloppenwijken, waar ik met grote verbazing zat te kijken naar de krotjes waar blijkbaar mensen in wonen. Ik zat aan de linkerkant van de bus bij het raam. Aangezien auto’s hier links rijden was dit niet een hele fijne plek, als ik naar beneden keek, keek ik zo een flinke afgrond in. Toch is het me gelukt om nog wat te slapen, al schrok ik op een gegeven moment wel wakker van de dronken man die door de bus rolde. In het begin van de rit was de weg nog redelijk goed, maar later was het een onverharde weg met flink wat hobbels. Rond 4 uur stopten we voor de tweede keer, ik dacht weer voor een korte pauze en het afzetten van mensen. Maar we gingen maar niet verder. Iedereen om mij heen lag te slapen, dus ik kon niet vragen wat er aan de hand was. Uiteindelijk toen het al licht was, rond 7 uur, was er iemand die én wakker was én Engels begreep die ook niet wist wat er was, maar het buiten ging navragen. Het bleek dat de bus kapot was en er zou nu echt bijna een andere bus komen. Die andere bus liet nog een paar uur op zich wachten en om 11 uur konden we eindelijk verder rijden. Het goede hiervan was dat we nu verder reden bij daglicht en wat is Kenia mooi! Het deel van Kenia waar we doorheen reden heeft flink wat hoogteverschil en is erg groen. Ik was verschrikkelijk moe, maar ik wilde van het landschap genieten, dus ik deed mijn best om mijn ogen open te houden.

In deze bus kon ik gelukkig wel een gordel om. En wat was ik daar blij mee, want nog geen uur later kregen we een flink ongeluk! Ik zag het gebeuren, dus ik kon er op reageren, waardoor ik helemaal niks had. Wij reden op een voorrangsweg en er kwam een auto van links met hele hoge snelheid van een heuvel. Later bleek dat de remmen van die auto kapot waren. De bus kon de auto niet ontwijken en is toen echt heel hard op die auto gebotst. Voor mijn gevoel reden we zo over die auto heen, maar dat was niet zo. De automobilist van die auto is overleden. Ik was heel erg geschrokken van het ongeluk, maar wat ik ook heftig vond was dat sommige mensen na 5 minuten al weer grappen stonden te maken. Ook lieten moeders hun kleine kinderen gewoon naar de verongelukte auto kijken. Ik wist niet goed of deze mensen zo vaak zoiets heftigs meemaken dat het ze echt niks doet of dat het hun manier is om er mee om te gaan. Toen ik het er later met andere mensen in de bus over had kon ik wel merken dat zij het ook erg heftig hadden gevonden.

We hadden uiteindelijk zo’n 15 uur vertraging. Daardoor kwam ik in het donker aan bij de grens, wat wel eng was. Maar er was een aardige mevrouw met heel lief kindje wat mijn vriendje was in de bus, die mij goed heeft geholpen met het regelen van mijn visum en aan de andere kant van de grens stonden Millicent en Lukas op mij te wachten. Na nog een flinke autorit kwamen we aan in Musoma. Daar hebben ze mij om half 12 ’s avonds nog mee genomen om wat te eten. Ik was zo moe dat de chipsi en kuku (patat met kip) deze keer nog niet erg smaakten. Na het eten reden we naar het huis waar ik zou verblijven. Ik dacht dat ik bij Millicent zou wonen, maar omdat zij haar huis niet goed genoeg vond,wonen we nu samen bij kennissen van haar. Bij het huis aangekomen moesten we eerst aanbellen. Het hek werd opengedaan door de wachter, die ons naar de deur heeft geleid zonder dat de boze waakhonden ons te pakken konden krijgen. Na nog twee hekwerken en een deur was ik binnen. Ik ben snel naar bed gegaan om na drie nachten met erg weinig slaap heel lang en vast te slapen.

Volgende keer meer over mijn huis, mijn werk en Musoma!